Welzijn & Gezondheid

dinsdag 12 mei 2015
 - 

‘Het huidige CVS-beleid moet op haar effectiviteit getoetst worden’

Vandaag keuren de leden van de Kamercommissie Volksgezondheid het voorstel van resolutie van Els Van Hoof (CD&V) en Nele Lijnen (Open VLD) ter verbetering van de diagnose en de opvang van mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) unaniem goed. Er bestaat immers nog altijd geen algemene consensus over de mogelijke oorzaken, de diagnosestelling en meest aangewezen behandeling van CVS.

‘CVS is een controversiële aandoening die naar schatting zo’n 20.000 à 25.000 mensen in ons land treft. Naast verdeeldheid over de benaming, zijn er ondanks veelvuldig nationaal en internationaal wetenschappelijk onderzoek nog veel open vragen rond deze ziekte.’, zegt CD&V-Kamerlid Els Van Hoof, vast lid van de commissie Volksgezondheid en indiener van de resolutie. ‘Hierdoor is vaak veel onbegrip en leeft het fabeltje van ‘luie of depressieve mensen’ bij vrienden, in de familiekring, bij werkgevers en zelfs bij artsen’. Samen met Open Vld Kamerlid Nele Lijnen diende zij de resolutie in, en zij werden daarbij gesteund door Yoleen Van Camp en Damien Thiéry van meerderheidspartijen N-VA en MR.

Vandaag de dag is het behandelaanbod voor CVS in België ondermaats en versnipperd, waardoor patiënten het gevoel hebben dat ze in de kou blijven staan. Bovendien zet het de deur open voor allerlei niet-wetenschappelijk te verantwoorden behandelmethodes, die een ‘markt’ zien in de miserie van de CVS-patiënt.

Visies

Er bestaan vandaag twee visies over CVS, namelijk het biomedische model en het biopsychosociale model. Van Hoof en Lijnen stellen zich vragen over het feit dat het huidige behandelmodel, het psychosomatische behandelmodel, het enige juiste is, aangezien dit model lang niet doeltreffend is bij patiënten die langdurig symptomen vertonen. Het is vandaag nochtans de enige behandeling die wordt terugbetaald. Het gaat dan over de cognitieve gedragstherapie bij de psycholoog en graduele oefentherapie bij de kinesist. ‘Het is jammer dat het biomedische model, dat zich eerder baseert op storingen in het zenuwstelsel en het immuunsysteem met verregaande gevolgen op fysisch vlak, in ons land nog maar op kleine schaal werd bestudeerd. Ondanks het feit dat deze stroming in verschillende landen meer aanhangers krijgt op wetenschappelijk vlak, wordt ze niet erkend door het RIZIV.’, stelt Nele Lijnen.

Resolutie

Gegeven de slechte evaluatie van de in 2002 opgerichte referentiecentra voor diagnose en behandeling besliste het RIZIV om in 2013 nieuwe multidisciplinaire diagnostische centra op te richten, met doorverwijzing voor ambulante behandeling. Aangezien deze gebaseerd zijn op het biopsychosociale model vraagt de resolutie bijgevolg aan de regering de werking en effectiviteit van deze centra tegen het einde van deze legislatuur te evalueren.

‘In de resolutie wordt dan ook aan het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg (KCE) de opdracht gegeven om de reeds bestaande internationale studies en praktijken en het biomedische model en het biopsychosociale model inzake de diagnosestelling en behandeling van CVS te evalueren, en na te gaan welke plaats beide modellen verdienen in een ‘evidence based’ aanpak van CVS.’, aldus beide Kamerleden.

Het is ook cruciaal dat de eerste lijn een centrale rol krijgt in de communicatie met en behandeling van de patiënt. Huisartsen, psycho-therapeuten en kinesisten moeten daarvoor beter worden gevormd en geïnformeerd worden om symptomen vroegtijdig te herkennen en ook tijdig door te verwijzen. ‘Zo krijgen patiënten een behandeling op maat, wat hen levenskwaliteit in de woon- en werkomgeving geeft. In onze samenleving moet er immers ook plaats zijn voor zij die leven met beperkingen. Zo brengen we de vermaatschappelijking van de zorg in de praktijk.’, besluit Van Hoof.