Welzijn & Gezondheid

woensdag 12 oktober 2016
 - 

Dag van de Onthaalouder - CD&V wil gezinsopvang aantrekkelijker maken

40.000 kinderen tussen 0 en 3 jaar worden, onder meer wanneer hun ouders uit werken gaan of een opleiding volgen, opgevangen door één van de 5.600 onthaalmoeders of -vaders in Vlaanderen. “Voor CD&V zijn deze kleinschalige gezinsopvanginitiatieven van onschatbare waarde,” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers, “Ze laten kinderen toe op te groeien in een huiselijke en kleinschalige omgeving die de nodige geborgenheid biedt.” Aangezien het aantal onthaalouders de laatste jaren daalt, heeft CD&V onder haar impuls een pakket maatregelen klaar dat deze opvangvorm naar de toekomst toe moet bestendigen. Ze vond federaal kamerlid Sonja Becq bereid het federale luik daarvan voor haar rekening te nemen: ”Gezinsopvang is voor ons immers een elementaire poot binnen het gehele kinderopvangaanbod”. 

De laatste tien jaar is het aantal onthaalouders gedaald met 25,30 procent. Bij de zelfstandige onthaalouders bedroeg de daling 55,04 procent. In 2015 telde Vlaanderen 30.703 (gezins)opvangplaatsen. Dat zijn er 1.202 minder dan in 2010. Daarnaast is een licht positieve tendens vast te stellen bij de samenwerkende onthaalouders. 

De daling van het aantal onthaalouders kent meerdere oorzaken. Een groot aantal onthaalouders bereikt de pensioenleeftijd, terwijl nieuwe onthaalouders de kinderopvang soms zien als een tijdelijke activiteit. Ook vinden zij het niet steeds aangewezen de opvang in de gezinswoning te organiseren. Verder worden hoge verwachtingen aan onthaalouders gesteld. Tot slot worden ze geconfronteerd met een hoge werkdruk, lange werkdagen en inkomensonzekerheid. 

Gezien het belang van kinderopvang in huiselijke sfeer wil CD&V de gezinsopvang toekomstgericht als opvangvorm bestendigen, met een pakket maatregelen op zowel Vlaams als federaal niveau.

 

Federale maatregelen: statuut en gezinswoning 

Sinds 2003 werken onthaalouders onder een eigen, zogenaamd ‘sui generis’ statuut dat hen beschermt tegen de sociale risico’s van ziekte, arbeidsongeschiktheid, beroepsziekten en arbeidsongevallen. “De voordelen van dit statuut zijn uiteraard interessant voor onthaalouders,” zegt Katrien Schryvers, “Bovendien bieden de diensten voor onthaalouders en de collega-onthaalouders een sterk ondersteunend netwerk. Daarom willen we kandidaat-onthaalouders, en in het bijzonder allochtone kandidaat-onthaalouders sensibiliseren om onder dit statuut aan het werk te gaan.” 

Het huidige statuut biedt echter geen volledige sociale bescherming. Zo hebben onthaalouders bijv. geen recht op vakantiegeld, geen eindejaarspremie en genieten ze geen ontslagbescherming. “Hoe het statuut volwaardiger kan worden gemaakt, en wat de voor- en nadelen zijn van een volwaardig werknemersstatuut, is momenteel voorwerp van een proefproject.  Dat was ook opgenomen in het Vlaams regeerakkoord en in de beleidsnota van minister Vandeurzen,” aldus Schryvers. 

In het proefproject werken momenteel 120 onthaalouders die aangesloten zijn bij private organisatoren en 13 onthaalouders die aangesloten zijn bij een publieke dienst in het statuut van werknemer. Het project loopt af op het einde van dit jaar. Gezien er over diverse bijkomende punten nog verder uitklaring nog is, besliste minister Vandeurzen dat het project wordt verlengd. “Niet alleen kunnen we zo volledig zicht krijgen op de (fiscale en financiële) implicaties van een volwaardig statuut voor onthaalhouders, ook kunnen de mogelijkheden met betrekking tot deeltijdse tewerkstelling en inclusieve en meer flexibele opvang verder onderzocht worden,” zegt Schryvers, “Bovendien start in 2017 een gelijkaardig proefproject in de Franse Gemeenschap. Het is uiteraard aangewezen om een en ander tussen de Gemeenschappen op elkaar af te stemmen. Dat vergemakkelijkt het bijsturingswerk op federaal niveau.”  

Het huidige statuut voor onthaalouders is van kracht sinds 2003. Pas vanaf dan begonnen onthaalouders pensioenrechten op te bouwen. “Een cohorte onthaalouders die vandaag de pensioenleeftijd bereikt, heeft zich jarenlang ingezet voor de opvang van jonge kinderen, zonder eigen sociale bescherming. Die maatschappelijk waardevolle inzet moeten we valoriseren, desgevallend met een eigen (regularisatie)bijdrage van de betrokken onthaalouder,” vindt kamerlid Sonja Becq. 

Volgens de RSZ-reglementering mogen onthaalouders in het huidige statuut hun activiteit zelfs niet uitoefenen in een andere woning dan de eigen gezinswoning. De federale wetgeving is op dit punt echter voor interpretatie vatbaar. Vlaanderen heeft deze bepaling steeds benaderd als opvang die moet doorgaan in een woning die gezinsvriendelijk is ingericht. “We moeten zoveel mogelijk drempels voor kandidaat-opvangouders wegwerken. Daarom pleiten we voor een veralgemening van de Vlaamse zienswijze,” vertelt Sonja Becq, “Zo kan ook het samenwerken van onthaalouders verder aangemoedigd worden.”

 

Vlaamse maatregelen: dienstencheques, administratieve vereenvoudiging, EVC  

Een andere vorm van ondersteuning ziet CD&V in het versoepelen van de regels voor het gebruik van dienstencheques. “De huidige regelgeving laat niet toe dat dienstencheques worden gebruikt voor ruimtes binnen de gezinswoning die professioneel worden aangewend,” legt Schryvers uit, “Voor onthaalouders is die grens echter heel moeilijk te trekken. Kindjes spelen vaak in de woonkamer van het gezin van de onthaalmoeder. Wij vragen de Vlaamse regering om hiervoor een oplossing uit te werken.” 

Een van de redenen waarom veel onthaalouders na verloop van tijd stoppen, zijn de hoge administratieve eisen. “We blijven streven naar een vermindering van de procedureregels en administratieve verplichtingen voor onthaalouders via overleg met de betrokken actoren in het Voortgangsoverleg Kinderopvang,” zegt Schryvers. 

Wie beslist om te stoppen met gezinsopvang, moet voldoende kansen hebben om elders aan te slag te gaan. “De competenties die verworven zijn in het beroep van onthaalouder moeten elders gevaloriseerd kunnen worden. Met een specifiek ervaringsbewijs voor het beroep van onthaalouder kunnen de carrièremogelijkheden van onthaalouders verruimd worden naar andere contexten (vb. school of vakantieopvanginitiatieven),” verduidelijkt Schryvers.“ 

“Veel ouders kiezen voor gezinsopvang omwille van de persoonlijke aanpak en de huiselijke sfeer,” besluiten Schryvers en Becq, “Wij betreuren dan ook dat dit aanbod onder druk komt te staan. Met ons pakket van maatregelen willen we echt werk maken van betere werkomstandigheden binnen de gezinsopvang. Zo garanderen we ook in de toekomst voldoende opvangplaatsen.” 

Federale bevoegdheid

Deelstaatbevoegdheid

-          sociaal statuut van de onthaalouder, met inbegrip van pensioenrechten

-          interpretatie gezinswoning (RSZ)

-          reglementering dienstencheques

-          reglementering EVC

-          regelgevend kader (erkenning, vergunning en subsidie) gezinsopvang