Onderwijs

maandag 15 juni 2015
 - 

Erasmus plus

Hoewel de nieuwe regelgeving rond Europese projecten voor scholen in principe vereenvoudigd is, hebben veel scholen het nu moeilijker om eraan te voldoen, antwoordde minister Crevits van onderwijs op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.

De Europese Commissie heeft de programma’s rond internationale projecten gebundeld en gestroomlijnd, maar ze wil ook meer impact realiseren, niet alleen op het niveau van de individuele deelnemers, maar ook op de onderwijssystemen. De lat is daardoor wel heel hoog gelegd, zodat kleinschalige internationale projecten met leerlingen niet meer voldoen. De vroegere slaagpercentages voor schoolpartnerschappen lagen rond de 70%, ruim boven het Europese gemiddelde van 40%. In 2014, het eerste jaar van het nieuwe Europese programma voor onderwijs, vorming, jeugd en sport, Erasmus + , konden slechts 20 Vlaamse scholen een project starten. Het slaagpercentage was daarmee gedaald tot 10%; dat is zelfs lager dan het ook gedaalde Europese gemiddelde van 20%.

Het Nationaal Agentschap EPOS vzw probeert realistische verwachtingen te scheppen bij de scholen die een internationaal project willen starten en werkt samen met Ryckevelde en Alden Biesen, organisaties die informeren en projectadvies kunnen verlenen.

“Het klopt zeker dat Erasmus+ bedoeld is om de veelheid van projecten te vereenvoudigen, maar als de gemotiveerde leerkrachten er op de school nu meer moeite mee hebben dan vroeger, dan kan men zich afvragen of dat wel gelukt is,” besluit De Meyer. “Wat nu juist moet worden aangevraagd, en op welke manier, is nu minder duidelijk voor de mensen in de scholen.”

Thema's: