Justitie & veiligheid

donderdag 26 januari 2017
 - 

Extra bescherming kinderen en jongeren in gemeenschapsinstellingen

Er komt een externe commissie van toezicht op de gemeenschapsinstellingen en andere jeugdinstellingen die besloten opvang organiseren. Dat hebben de meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement beslist. Daarmee komt Vlaanderen tegemoet aan een internationale verplichting. De commissie wordt geïnstalleerd in de schoot van het Kinderrechtencommissariaat. Het is ook de Kinderrechtencommissaris die de commissie zal voorzitten. Maandcommissarissen zullen de instellingen regelmatig en minstens één keer per maand bezoeken. De jongeren die er verblijven krijgen het recht zaken bij hen aan te kaarten of een klacht te uiten. Zij krijgen hiermee het signaal dat we hen niet in de steek laten.

 
In 2014 en 2015 werden respectievelijk 921 en 1268 unieke jongeren tussen 13 en 19 jaar opgenomen in een gemeenschapsinstelling. Wie van zijn vrijheid beroofd is, is continu afhankelijk van het functioneren van anderen in een strak institutioneel georganiseerd gezagskader. Dit heeft een grote impact, zeker op kinderen en jongeren. Daarom is vanuit mensenrechtenperspectief en overeenkomstig internationaal vigerende regelgeving een bijzondere rechtsbescherming nodig, die misbruik en willekeur moet tegengaan, en die een humane, constructieve behandeling garandeert.

Tot op vandaag voert de administratie zelf het toezicht op de gemeenschapsinstellingen. In de feiten fungeerde ze als rechter én partij. Vlaanderen kreeg hierop meermaals opmerkingen vanuit diverse hoeken.  Daar wordt nu aan tegemoet gekomen.

 

“Met de oprichting van een externe commissie van toezicht, komt er een extern en onafhankelijk toezicht,” aldus hoofdindiener Katrien Schryvers (CD&V), die over het thema vorige legislatuur ook al een conceptnota indiende. “De commissie van toezicht wordt voorgezeten door de Kinderrechtencommissaris en bestaat verder uit een aantal maandcommissarissen. Zij werken volledig onafhankelijk van de regering en de administratie. Minstens één keer per maand zullen de maandcommissarissen de instellingen bezoeken. Zij zijn bereikbaar voor de jongeren, die bij hen opmerkingen (grieven) kunnen uiten. Wanneer het gaat over een echte klacht, wordt die overgemaakt aan het Kinderrechtencommissariaat.”

 

“Dat we dit doen is belangrijk. We geven het signaal aan jongeren die opgesloten zitten dat we hun stem blijven horen. Dat zorgt ervoor dat we hen in de samenleving houden en maakt de overgang uit een gemeenschapsinstelling makkelijker. Daar wordt iedereen beter van,” zegt Lorin Parys (N-VA).

“De commissie kan bemiddelen en aanbevelingen formuleren,” vult Martine Taelman (Open VLD) aan, “We voorzien ook in een actieve terugkoppeling naar de voorzieningen en de jongeren zelf.”

Jaarlijks zal de commissie over haar werking, haar vaststellingen en aanbevelingen rapporteren aan het Vlaams Parlement. “Op die manier bieden we meer en noodzakelijke rechtswaarborgen aan de minderjarigen die van hun vrijheid beroofd zijn. Bovendien krijgen we meer zicht op de detectie van problemen, én op de positieve ontwikkelingen op het vlak van behandeling van minderjarigen in de voorzieningen,” besluit Katrien Schryvers. Samen met Parys en Taelman benadrukt zij ook dat de oprichting van de commissie van toezicht de voorzieningen er niet van ontslaat zelf intern te blijven werken aan een cultuur waarin problemen, conflicten of klachten bespreekbaar worden gesteld in de dagdagelijkse relaties tussen cliënten en hun begeleiders of opvoeders.