Welzijn & Gezondheid

zaterdag 24 december 2016
 - 

Maximumfactuur WZC is onrechtvaardig en gewoon nieuw woord voor gratis

Kwalitatieve residentiële zorg vraagt inderdaad veel middelen. Volgens de meest actuele cijfers (o.a. de MARA-analyse van Belfius) bedraagt de reële kost voor één dag verblijf en zorg in een woonzorgcentrum 122 euro. Daarvan neemt de overheid 69 euro, of 56% voor haar rekening. Dat de zorg voor ouderen die niet meer thuis kunnen blijven wonen, mee vanuit de solidariteit wordt opgenomen, is voor CD&V vanzelfsprekend.

 

Volgens de actuele cijfers bedraagt de bijdrage van de bewoner zelf gemiddeld 55 euro per dag, omgerekend 1650 euro per maand, terwijl het gemiddelde pensioen 1200 euro bedraagt. Dit is voor SP.A de aanleiding om te stellen dat de factuur voor verblijf in een woonzorgcentrum voor niemand meer mag bedragen dan het pensioen. De conclusie als zou de maximumfactuur de grote redder van de betaalbaarheid van de residentiële zorg zijn, houdt echter helemaal geen rekening met andere (gespaarde) middelen of eigendommen die mensen hebben buiten het maandelijks pensioen, noch met het huidige systeem van ondersteuning vanuit de zorgverzekering en de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.

 

Katrien Schryvers: “Gelukkig is de draagkracht van veel ouderen groter dan het pensioen dat ze maandelijks ontvangen, omdat ze bijv. spaarcenten hebben of een eigendom.  Laat ons ook niet vergeten dat, onder meer door de inspanningen om mensen langer thuis te laten wonen, de gemiddelde verblijfsduur in een woonzorgcentrum is gedaald van zo’n 5 jaar naar 1,5 jaar. Komt daarbij dat ons welzijnsbeleid doelgerichte inspanningen doet in het kader van de betaalbaarheid van residentiële zorg. Sedert 2001 ontvangen mensen die opgenomen zijn in een woonzorgcentrum automatisch een uitkering van de zorgverzekering van 130 euro per maand. Daarnaast krijgen heel wat ouderen  een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden (THAB) die, afhankelijk van de zorgnood en het inkomen, varieert van 80 euro tot 550 euro per maand.  27.500 van deze gerechtigden woont in een woonzorgcentrum. Alleen rekening houden met de hoogte van het pensioen, is maar de helft van het verhaal vertellen.”

 

Voor wie er ondanks die extra ondersteuning toch niet slaagt om de kosten voor een verblijf in een woonzorgcentrum te betalen,  komt het OCMW tussen. Dankzij de zorgverzekering en de THAB is het aantal OCMW-tussenkomsten de voorbije jaren gedaald. Het OCMW is omwille van haar lokale werkterrein trouwens het best geplaatst om de verantwoordelijkheid op te nemen voor haar inwoners. Het invoeren van een maximumfactuur zou een nodeloze verschuiving van deze ondersteuningstaak naar het grote Vlaanderen met zich meebrengen.

 

Katrien Schryvers: “Mij klinkt het pleidooi voor de maximumfactuur ter hoogte van het pensioen dan ook als een nieuw ‘gratisverhaal’, en we weten waar dat toe leidt. Voor Vlaanderen zou een algemene bijpassing bij het pensioen tot het niveau van de gemiddelde verblijfskost in een woonzorgcentrum neerkomen op een prijskaartje van 245 miljoen euro per jaar. Dat geld moet ergens vandaan komen.”

Schryvers vult aan: “Lineaire bijpassingen bij het pensioen, ook voor wie dit niet nodig heeft, werken meer onrechtvaardigheid dan rechtvaardigheid in de hand omdat ze het gericht inzetten van middelen onmogelijk maken. Echte rechtvaardigheid bereiken we door rekening te houden met sterke en minder sterke schouders. We moeten in eerste instantie het verschil maken voor mensen die het meest kwetsbaar zijn, omwille van hoge zorgnood of omwille van financiële beperkingen. Dát is de versterking waar wij voor kiezen.”

 

CD&V gelooft daarom meer in het verder versterken van de thuiszorg, het uitbreiden van het kortverblijf en de dagverzorgingscentra en de vermaatschappelijking van zorg. Zo kan de datum van verhuis naar een woonzorgcentrum verder worden verlaat en de duurtijd van een opname worden beperkt. Dit komt tegemoet aan de wens van de meeste ouderen.

Katrien Schryvers: “Naast de thuiszorg moeten we de tegemoetkoming hulp aan bejaarden verder versterken in functie van de zorgnood. Als we daarbovenop instrumenten kunnen ontwikkelen die rekening houden met de financiële draagkracht van zorgbehoevende senioren voor wie een opname in een woonzorgcentrum zich opdringt, hebben we een écht rechtvaardig pakket met een positieve invloed op de kost, zowel voor de zorgbehoevende als voor de overheid. Dan hoeven we geen  vals gratisverhaal te schrijven.”