Onderwijs

Modernisering secundair onderwijs definitief uit startblokken

De Vlaamse Regering bereikte een akkoord over de modernisering van ons secundair onderwijs. CD&V hield daarbij steeds het doel voor ogen. De nieuwe onderwijsstructuur zou de ontwikkeling van elk talent gelijkwaardig waarderen, de ongekwalificeerde uitstroom aanpakken door verregaand te focussen op het talent en de interesses van leerlingen, en de aansluiting met de arbeidsmarkt of het hoger onderwijs versterken. Dat wordt nu concreet gemaakt door:

  • een transparante structuur waarin leerlingen en ouders duidelijk zicht krijgen op de finaliteit van de opleidingen

  • de uitgesproken kans om ‘op te zalmen’ van een meer praktische studierichting naar een meer abstracte studierichting, die eventueel zelfs voorbereidt op het hoger onderwijs

  • leerlingen binnen de eerste graad ruimte te bieden om te verkennen, te versterken of te verdiepen vooraleer een eerste studierichting te kiezen.

Dat dit akkoord tot stand kwam in nauwe samenspraak met het werkveld, en scholen ruime pedagogische vrijheid behouden om zich efficiënt te organiseren, is de verdienste van minister Crevits, en de beste garantie op succes. 

Het rapport Monard uit 2009 leverde een blauwdruk voor een moderne structuur van ons secundair onderwijs.

Sindsdien beten 2 ministers van onderwijs zich de tanden stuk op het dossier. De eerste echte doorbraak kwam er pas toen toenmalig minister-president Kris Peeters het naar zich toetrok en erin slaagde een akkoord te vinden over een Masterplan. Minister Crevits is er, na 2,5 jaar intensieve contacten met het werkveld, in geslaagd dat Masterplan om te zetten in een concreet uitvoerbare onderwijsstructuur.  

 

Transparante structuur 

De veelbesproken matrix  deelt elke studierichting in naar finaliteit. Wie voortaan een opleiding kiest, zal dus duidelijk weten waarvoor hij of zij kiest. Meteen zal ook duidelijk zijn welke heroriënteringsmogelijkheden zich aanbieden gedurende het ganse secundaire opleidingstraject. 

Daarnaast reduceert de matrix het aantal studierichtingen in de tweede graad met ongeveer een kwart. Daarmee concretiseren we het concept van de getrapte studiekeuze. De studierichtingen in de 2e graad worden immers algemener. Leerlingen worden daardoor niet meteen vastgeklikt op één of andere weg. In de 3e graad, met inhoudelijk fijnmaziger studierichtingen, is de reductie minder uitgesproken, maar dat is niet meer dan logisch. In een derde graad is het immers belangrijk om het profiel van de leerling ten volle in rekening te brengen met het oog op een verdere opleiding of loopbaan. Ook de goed onderbouwde argumenten van de geconsulteerde (bedrijfs)sectoren hebben ervoor gezorgd dat vooral in de arbeidsmarktgerichte finaliteit geen sterke reductie gevoerd kon worden.

 

Ruime (her)oriënteringsmogelijkheden 

Dé oorzaak van ongekwalificeerde schooluitval is demotivatie. Ons secundair onderwijs sloot te weinig aan bij de interesses en talenten van elke leerling. Het liet ook te weinig heroriëntering toe.

Met de nieuwe onderwijsstructuur wordt de focus verlegd en de mogelijkheid tot heroriëntering ruim ingebed.

 

  • Basisopties 1ste graad

    Sommige leerlingen zijn bij de overstap naar het secundair onderwijs klaar om meteen een afgelijnde keuze te maken. De meesten zijn dat echter niet. Daarom kunnen leerlingen in een 1e jaar verkennen via het keuzegedeelte.

    In het tweede jaar biedt de school naast 27u basisvorming ook 2u differentiatie en 5u basisoptie aan.

    De differentiatie-uren bieden sterke leerlingen de mogelijkheid om zich te verdiepen. Zij die extra ondersteuning nodig hebben kunnen zich remediëren.

    Een basisoptie is dan weer een herkenbaar pakket aan leervakken dat een bredere observatie en oriëntering van de leerling mogelijk maakt.

     

    Vooraleer een definitieve keuze te maken kunnen leerlingen dus proeven van andere studiedomeinen. Om te vermijden dat leerlingen komen vast te zitten in een bepaalde richting, nog voor ze ruim konden proeven, werd het aantal basisopties in het tweede jaar gereduceerd (in de A-stroom van 20 naar 11 basisopties; in de B-stroom van 33 combinaties van beroepenvelden naar 7 basisopties).

     

  • Het zalmprincipe

Eén van de grote uitdagingen van deze onderwijsmodernisering was het neutraliseren van het watervalprincipe. In de praktijk bleek de mobiliteit binnen de opleidingsstructuur zich inderdaad te beperken tot leerlingen die initieel een abstracte studiekeuze maakten, en vervolgens switchten naar een meer concrete studierichting. De omgekeerde beweging deed zich eerder zelden voor.

De (ook inhoudelijke) modernisering en actualisering van het studieaanbod laat voor leerlingen uit de 2e graad zoveel mogelijk opties open naar de 3e graad toe. Als leerlingen naast de eindtermen ook de uitbreidingsdoelen van hun richting behalen, wordt het voor hen mogelijk om van een meer praktisch gerichte studierichting te schakelen naar een meer abstracte studierichting. Dit is het zalmmodel.

 

Voorbeeld

Een leerling die binnen het domein STEM in de 2e graad de studierichting elektromechanische technieken volgt - een studierichting binnen de dubbele finaliteit - en daar de uitbreidingsdoelen van zijn studierichting behaalt, behaalt daarmee eigenlijk de eindtermen van de naastliggende studierichting Technologische Wetenschappen in de finaliteit doorstroom. Het is voor die leerling perfect mogelijk om, met garantie op succes, de overstap te doen.

 

Schoolorganisatie 

Scholen krijgen de mogelijkheid om zich langs de beide assen voorzien in het Masterplan te oriënteren. De horizontale organisatie over de drie finaliteiten heen is de grote vernieuwing. Zo’n school noemen we een domeinschool. De interactie die deze organisatievorm mogelijk maakt tussen leerlingen die zich eerder abstract, en leerlingen die zich eerder concreet willen ontwikkelen, biedt een belangrijke meerwaarde. Precies die interactie vervaagt de facto de hiërarchie tussen studierichtingen door het doorbreken van barrières tussen leerlingen, en bereidt hen voor op de realiteit van de werkvloer. Het maakt ook dat de oriëntering naar een andere studiefinaliteit niet met zich meebrengt dat de sociale banden die zo belangrijk zijn voor tieners moeten worden doorbroken. Ze kunnen op dezelfde school hun opleiding afmaken. Arbeidsmarktgerichte opleidingen worden immers, samen met meer abstracte doorstroomrichtingen, in dezelfde school aangeboden. Nu al merken we dat het onderwijsveld zich meer en meer in die richting ontwikkelt. Met de steun van de onderwijskoepels zal dit schoolmodel meer en meer ingang vinden. 

CD&V is tevreden met het bereikte akkoord: “We maken komaf met een aantal knelpunten waarmee ons secundair onderwijs worstelde. Dat het tot stand kwam na intensieve consultatie van alle stakeholders, waaronder uiteraard  het onderwijsveld en de bedrijfssectoren, is de beste garantie op succes. Scholen hebben nu de zekerheid dat de nieuwe structuur op 1 september 2018 ingaat. Zij kunnen aan het werk. We hebben er vertrouwen in. Zij hebben de nodige expertise om deze operatie tot een goed einde te brengen. Op deze manier moeten we erin slagen om de ongekwalificeerde uitstroom te verminderen, de aansluiting van het secundair onderwijs met de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs te versterken, en onze plaats in de PISA-ranking voor zowel sterke als minder sterke leerlingen te verstevigen.”

 

Thema's: