Gelijke kansen

donderdag 23 februari 2017
 - 

Sociaal toerisme stiefmoederlijk behandeld in toerismebeleid

Het budget voor sociaal toerisme bedraagt slechts 6% van het totale budget voor toerisme in Vlaanderen.  Nochtans  realiseert het sociaal toerisme 4.650.000 overnachtingen per jaar ofwel 17.5 % van alle toeristische overnachtingen in Vlaanderen in 2014.  

Met sociaal toerisme bedoelen we:

  • Budgetvriendelijke uitstappen en vakanties mét begeleiding voor mensen met een beperkt budget.  Sociale organisaties zoals  bijvoorbeeld Rap op Stap, VZW Horizont, … helpen met mensen met de voorbereiding van hun vakantie en hebben zelf ook een aanbod.

  • Zorgtoerisme met medische omkadering en aangepaste infrastructuur.  Hierin bestaat een ruim en divers aanbod gaande van vakantiehuisjes en hotels met grote deuren en/of aangepaste badkamers, begeleide reizen van middenveldorganisaties, mutualiteiten (Samana, het vroegere Ziekenzorg) en organisaties voor personen met een handicap (vb. KVG) tot grote vakantiedomeinen als Home Fabiola in Maasmechelen.  

  • Jeugdtoerisme zoals de jeugdherbergen en jeugdverblijven zodat jongerengroepen in een aangenaam en goedkoper logies kunnen verblijven én een eerste toeristische ervaring opdoen.

     

Vera Jans: “Het belang van het sociaal toerisme valt niet te onderschatten.  In het bijzonder voor mensen met een beperkt budget en mensen met een zorgnood.    Uit cijfers van de EU-SILC-enquête die werd uitgevoerd in opdracht van de Federale Overheidsdienst Economie blijkt dat 1 op 4 Vlamingen geen weekje vakantie buitenshuis kan veroorloven.  1 op 5 Vlaamse kinderen groeit op in een gezin dat niet op vakantie kan gaan..

Cijfers die niet goed zijn en waar we jammer genoeg ook geen positieve trend zien. En dat baart mij zorgen want op vakantie gaan is een recht en draagt bij tot maatschappelijk participatie. Het is een proces van dromen & plannen, het effectief gaan en het kunnen nagenieten en vertellen. Dankzij het sociaal toerisme en het steunpunt Vakantieparticipatie -dat mensen met een beperkt inkomen, alleenstaanden met en zonder kinderen, ouderen, mensen met een handicap of zorgnood begeleidt om op daguitstap of vakantie te gaan- kunnen ook zij er eventjes tussenuit.  Het zal armoede niet oplossen of de zorgnood niet wegnemen, maar het maakt toch een verschil in het leven van heel veel mensen.” 

Overtuigd van de meerwaarde van deze sector schreef Jans al een conceptnota  waarin ze haar visie en de krijtlijnen voor het toekomstig beleid rond sociaal toerisme uiteenzet.  Maar om te kunnen groeien en meer mensen de kans te geven om er eventjes tussenuit te kunnen gaan met familie, vrienden of gelijkgestemden moet de sector wel de middelen krijgen waar het recht heeft op basis van haar grootte en belang en moet er in meer geïnvesteerd worden dan enkel bakstenen.  Sociaal toerisme gaat immers over meer dan logies en infrastructuur. Het (toekomstige) beleid moet oog hebben voor het hele plaatje, voor de volledige vakantieketen. Toeleiding, omkadering en begeleiding zijn essentieel, aldus Jans:   “Daarom vraag ik de minister in de eerste plaats om bijkomende aandacht voor deze sector en voor deze sociale toeristen en niet meer middelen.   Er is immers al overlap; zo zijn bepaalde campagnes en initiatieven, zoals bijvoorbeeld die rond familievriendelijke attracties, gericht op alle toeristen en dus ook toeristen met een beperkt budget of een zorgnood.  Alleen bereikt deze info hen niet altijd.  Daarom moet het beleid meer de reflex hebben om bij nieuwe initiatieven telkens ook aandacht te hebben voor en te bekijken hoe sociale toeristen meegenomen kunnen worden in het concept of verhaal.  Zodat ook zij ten volle kunnen genieten van wat Vlaanderen op toeristisch vlak te bieden heeft.”