Actua

zondag 12 januari 2014
 - 

Staatshervormingen maken Vlaanderen sterker

Vlaams minister-president Kris Peeters reageert op de kritiek van Paul De Grauwe dat staatshervormingen economisch nutteloos zouden zijn. Vlaanderen zette haar bevoegdheden in de afgelopen jaren doeltreffend in en kan economische resultaten neerzetten die leidden tot groei en jobs. 

Met de nieuwe bevoegdheden van de 6de staatshervorming kan dat beleid sterker worden verder gezet.

Volgens Paul De Grauwe “zijn staatshervormingen economisch nutteloos”. 

Dat stelt hij in een boek dat vandaag wordt voorgesteld.  “6 staatshervormingen, 0 voordeel” was de conclusie van een krant op basis van deze studie.

Hier volgen 5 vaststellingen die duidelijk maken dat Vlaanderen er de voorbije jaren wel degelijk op vooruit is gegaan.


1 Ondanks de kwetsbaarheid van een open economie zet Vlaanderen een sterk resultaat neer.

Vlaanderen heeft een open economie met sterk exportgerichte sectoren en voelt de economische crisis altijd eerst en het strafst.

De gemiddelde economische groei per inwoner vóór de crisis (tussen 1999 en 2007) bedroeg in Vlaanderen 2 % per jaar, 0,4% meer dan in Wallonië en Brussel.

Dit is bovendien 0,2% meer dan het gemiddelde van de eurozone. 

Tijdens de crisisjaren 2008-2012 hebben we een gemiddelde negatieve groei gekend van 0,4% zowel in Vlaanderen als in Wallonië en Brussel. 


2 Economische groei wordt in Vlaanderen omgezet in nieuwe jobs 

De economische groei heeft Vlaanderen in de periode vóór de crisis ook veel sterker omgezet in jobcreatie dan Wallonië of Brussel.  Gemiddeld was er een jobcreatie van 1% per jaar (precies het gemiddelde van de Eurozone) terwijl Wallonië en Brussel bleven steken op 0,75 % per jaar.

De activiteitsgraad binnen het Vlaams gewest ligt ook veel hoger.  Dit kan alleen maar door een beleid gericht op openheid.  En dan spreken we nog niet van de recente trend waarbij werkzoekenden uit de andere landsdelen in Vlaanderen een job zoeken en vinden.

De gemiddelde werkloosheid in percent van de actieve bevolking voor de jaren:

 

 

1998

2007

2012

Vlaanderen

3,7 %

4,4 %

4,5 %

Wallonië – Brussel

17,7 %

12,7%

11,7%

Eurozone

9,9%

7,4%

11,1%

 

Wie de cijfers laat spreken, stelt vast dat Vlaanderen in dezelfde periode ruim dubbel zoveel banen als Wallonië creëerde. 

In 2004 bedroeg de totale Vlaamse binnenlandse werkgelegenheid (loontrekkenden en zelfstandigen tezamen) ongeveer 2.425.000 personen. In 2012 wordt de Vlaamse werkgelegenheid geraamd op ongeveer 2.641.000; dit betekent een stijging van ongeveer 216.000 personen tussen 2004 en 2012.

In het Waals Gewest steeg de werkgelegenheid tijdens dezelfde periode met ongeveer 101.000 personen, van 1.124.000 personen in 2004 naar 1.225.000 personen in 2012.

De werkgelegenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam toe van bijna 655.000 personen in 2004 naar 689.000 personen in 2012, een toename van bijna 35.000 personen.

De werkzaamheidsgraad in het Vlaams gewest bedroeg 71,5% in 2012 versus 67,2 voor België en 68,5  voor de EU-27. De werkzaamheidsgraad is een goede indicator van het effect van het economisch beleid op langere termijn.


3 Het aandeel van Vlaanderen in de export van ons land is indrukwekkend.

Het aandeel van Vlaanderen in de buitenlandse handel is er in de crisisjaren zelfs met 1 % op vooruit gegaan.  Vlaanderen exporteert vandaag meer dan 83 % terwijl de exportprestaties van Wallonië en Brussel gedaald zijn.

De buitenlandse handel: exportprestaties in procent van totaal:

 

2008

2009

2010

2011

2012

Vlaanderen

82,3%

82,0%

82,3%

82,5%

83,2%

Wallonië - Brussel

17,7 %

18,0%

17,7%

17,5%

16,8%


4 De koopkracht 

De koopkracht van de Vlaming ligt meer dan 30 % hoger dan het gemiddelde van de Waal of Brusselaar.

De cijfers:

De koopkracht per capita uitgedrukt in koopkrachtpariteiten in euro (2011)

Vlaanderen = 17.587 euro

Wallonië =15.068 euro

Brussels Hoofdstedelijk Gewest = 15.708 euro


5 De armoedegraad daalt in Vlaanderen sterker 

De armoedegraad is sinds het begin van de jaren tachtig in Vlaanderen gedaald en bedraagt vandaag rond de 10 procent (9,8%). 

Voor alle duidelijkheid: dit is 10% teveel en wordt een uitdaging voor de volgende jaren. 

Maar het is in vergelijking met de 19,2% in Wallonië wel slechts de helft ervan en in vergelijking met Brussel (33,7%) minder dan 1 op 3. 

In Vlaanderen wordt 1 op 10 kinderen geboren in een arm gezin (nogmaals dit is 10% teveel).  In Wallonië is dit 25% en in Brussel is dit 40%.

 

Conclusie 

Normaal mag men verwachten dat de Vlaamse economische groei wat trager is dan de Waalse wegens volgende fenomenen:

  • Arbeidsreserve in Vlaanderen is kleiner (kleinere werkloosheid)
  • Vlaanderen zit al op hoger niveau + hogere lonen (koopkracht per capita)
  • Ruimte in Vlaanderen is beperkt voor nieuwe industrie (cfr uitwijkgedrag van Vlaamse bedrijven die zich vestigen in Wallonië.
  • Open economie is gevoeliger voor conjuctuurcrises.

Ondanks deze elementen blijft Vlaanderen  groei neerzetten. Het is wetenschappelijk dan ook niet correct om de evolutie van de economische groei  in een crisisperiode van 5 jaar, te gebruiken om conclusies te trekken over de impact van de verschillende staatshervormingen van de afgelopen decennia. Onze analyse leert dat het belangrijke staatshervormingsproces die op economisch vlak in de jaren ’80 is gestart, wel degelijk toegelaten heeft dat Vlaanderen een ander beleid kon voeren met resultaten op het vlak van economische groei, werkzaamheidsgraad, exportprestaties en inkomensgroei.

Vlaams minister-president Kris Peeters: “Een staatshervorming geeft instrumenten om een beleid te voeren.  Dankzij de staatshervormingen heeft Vlaanderen een eigen beleid kunnen voeren.  Een beleid die het zowel op vlak van onderwijs, welzijn als werk tot een toonaangevende regio in de wereld maakt.  Dit is dan ook dé uitdaging voor de volgende maanden en jaren.  Het programma dat CD&V aan de kiezer zal voorleggen zal een antwoord bieden op de vraag hoe we, op basis van de nieuwe bevoegdheden die met de 6de staatshervorming naar Vlaanderen komen, kunnen zorgen voor een nog sterker Vlaanderen, met meer economische groei maar zonder sociale afbraak.”