Economie & Financiën

woensdag 27 juni 2012
 - 

Uitbouw van Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra

2,5 miljoen euro voor uitbouw van Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra (LED’s) voor KMO’s in Vlaanderen

Vlaams minister-president Kris Peeters, tevens bevoegd voor Economie, biedt aan de Vlaamse hoger onderwijsinstellingen de mogelijkheid om per provincie Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra (LED’s) uit te bouwen. Deze moeten de verspreiding van kennis naar kleine KMO’s vergemakkelijken. Het model van de LED’s is met steun van EFRO en de Vlaamse Overheid ontwikkeld en met succes toegepast in de provincie West-Vlaanderen.  Met deze oproep wordt een uitrol over gans Vlaanderen mogelijk gemaakt. Dit is een mooi voorbeeld van samenwerking tussen de ministers bevoegd voor Economie, minister-president Peeters, en voor Innovatie, viceminister-president Lieten.

Vlaanderen heroriënteert zich naar een kenniseconomie. Deze visie heeft de Vlaamse regering vorm gegeven in het globale toekomstplan ‘Vlaanderen in Actie’, en het maakt de kern uit van het Nieuw Industrieel Beleid. Minister-president Kris Peeters werkt daartoe met het Agentschap Ondernemen aan een beleid voor de efficiënte verspreiding van kennis op het niveau van de onderneming, in het bijzonder naar kleine bedrijven. Met deze oproep bekomen de Vlaamse hoger onderwijsinstellingen de nodige middelen om hun dienstverlenende rol naar het lokale KMO-weefsel te versterken en op deze wijze de kennisdiffusie in de praktijk te brengen.

Deze oproep kwam tot stand in nauwe samenwerking tussen het Agentschap Ondernemen en het IWT. Vlaams minister-president Peeters, tevens bevoegd voor Economie, en viceminister-president Ingrid Lieten, tevens bevoegd voor Innovatie, wensen immers dat beide Agentschappen maximaal complementaire initiatieven ontwikkelen om een efficiënte inzet van middelen en transparantie voor de ondernemers te verzekeren. Dit vormt ook een centrale aanbeveling in het nieuwe rapport van de expertgroep Soete. De provinciale Innovatie Centra worden met dit initiatief erkend in hun rol als navigator voor de KMO’s in het innovatielandschap: zij zullen per provincie optreden als coördinerende instantie.

 Noodzaak aan laagdrempelige dienstverlening

Grotere ondernemingen beschikken over voldoende competenties en middelen om kennis en expertise in huis te halen en te houden. Bij KMO’s, die het onder meer vaak zonder eigen technisch/technologisch hooggeschoolden moeten doen, is dit minder het geval. KMO’s hebben daarom behoefte aan  concrete, laagdrempelige (en bijgevolg goedkope) en kortlopende dienstverlening. Het vereist een vraaggedreven aanpak en een dienstverlening tegen laagdrempelige voorwaarden. (Grote) onderzoeks- en innovatieprojecten bieden vaak geen oplossing voor deze specifieke vragen.

Aan de aanbodzijde bevinden zich kennisactoren (hogescholen, universiteiten en sectorale kenniscentra) die voldoende expertise en kennis bezitten. Ondernemingen, en in het bijzonder de kleinere KMO’s, krijgen echter nog te weinig toegang tot dit aanbod. Een recente studie van UNIZO bij 509 KMO’s is duidelijk hierover: “KMO’s proberen het warm water nog te veel zelf uit te vinden. De kennis is vaak voorradig, maar ondernemers durven de brug naar externe kenniscentra vaak niet te maken. Daardoor verliezen ze efficiëntie en kennisvoorsprong.” Ook de SERV wijst in een advies op de noodzaak van laagdrempelige initiatieven om de kloof tussen het KMO-bedrijfsleven en de kenniscentra op het vlak van kennisuitwisseling en –valorisatie te dichten. In de praktijk leidt deze kloof onvermijdelijk tot een rem op ondernemerschap (efficiëntieverlies, verslechtering van concurrentiepositie, groeivertraging, e.d.).

Een laagdrempelige dienstverlening moet onmiddellijk antwoorden kunnen bieden op praktische vragen van de kleine bedrijven.  Dit kan echter ook een opstap betekenen naar een project technologieverkenning in het kader van de KMO-portefeuille of KMO-project bij het IWT of andere verdere innovatiesamenwerking met een kennisinstelling.

Goede praktijk is gans Vlaanderen beschikbaar maken

Sinds 2008 behoort het LEDnetwerk West-Vlaanderen tot de portefeuille van gesteunde projecten van het Agentschap Ondernemen. Vertrekkend vanuit de aanwezige kennis en expertise van de hogescholen en vanuit de vragen en noden van het werkveld worden specifieke LED-domeinen geselecteerd (een zo breed en gevarieerd mogelijk pakket). Binnen deze domeinen worden middelen voorzien om medewerkers in de hogescholen vrij te stellen voor concrete, kortlopende informatieverstrekking ten behoeve van (voornamelijk) kleine en micro-ondernemingen. Belangrijk daarbij is dat alle LED’s vraaggedreven werken en dat de dienstverlening tegen laagdrempelige voorwaarden ter beschikking wordt gesteld.

Om deze vorm van laagdrempelige expertise en dienstverlening verder te ontsluiten voor alle KMO’s wenst Kris Peeters als minister van Economie per provincie en gelijkaardig LEDnetwerk uit te bouwen en lanceert hiertoe de oproep ‘LEDnetwerk Vlaanderen’. Hiervoor wordt 2,5 miljoen euro beschikbaar gemaakt. De Vlaamse overheid subsidieert tot 80% van de aanvaardbare projectkosten, met een maximum van 460.000 euro per project. Er wordt een apart communicatiebudget voorzien.

De oproep wordt ingedeeld in 5 percelen, respectievelijk de vijf Vlaamse provincies. Zowel privaatrechtelijke als publiekrechtelijke entiteiten (inclusief erkende Vlaamse hoger onderwijsinstellingen) kunnen participeren in een project. Ondernemingen kunnen niet deelnemen aan deze oproep. Entiteiten dienen toe te treden tot een samenwerkingsverband, een samenwerking tussen ten minste twee erkende Vlaamse hoger onderwijsinstellingen, ten minste twee van de meest representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de SERV en het Innovatiecentrum. De provinciale Innovatiecentra treden op als coördinerende instantie om de transparantie in de organisatie en werking van intermediaire structuren te versterken. Zij hebben reeds een behoorlijke ervaring inzake het matchen van vraag en aanbod in een regio en zijn representatief voor het ondernemersgebeuren in de provincie, neutraal en onafhankelijk van de kennisinstellingen en worden zowel door de bedrijfswereld als de kennisinstellingen aanvaard.

De projectvoorstellen worden beoordeeld op basis van welbepaalde ontvankelijkheids- en beoordelingscriteria. Per perceel wordt slechts één project goedgekeurd. De aanvragen in het kader van deze oproep moeten uiterlijk op 27 september 2012 om 12.00 uur ingediend zijn.