Landbouw & Visserij

maandag 26 september 2016
 - 

Vergisting van mest

Dierlijke mest blijft dierlijke mest, en ook het digestaat dat overblijft nadat bv stalmest vergist en verwerkt is, moet beschouwd worden als dierlijke mest. Dat stelt minister Schauvliege van Omgeving, natuur en landbouw in haar antwoord op een vraag van Vlaams parlementslid Jos De Meyer.


Vlaanderen streeft naar hernieuwbare energie en wil ook het uitstoten van broeikasgassen inperken. Kleine vergistingsinstallaties op landbouwbedrijven werken aan beide doelstellingen mee: door de vergisting van afvalstoffen en stalmest wordt methaangas geproduceerd en als energiebron gebruikt, wat vermijdt dat het als broeikasgas in de atmosfeer wordt uitgestoten. Het restproduct van die vergisting, het digestaat, is een waardevolle en gemakkelijk opneembare meststof. Omdat dat digestaat geklasseerd wordt als gewone dierlijke mest, mag het niet gelijk waar gebruikt worden, ook niet als het slechts voor een beperkt deel afkomstig is van stalmest.


Reeds bij de bespreking van het 5e actieplan van de Nitraatrichtlijn stelde de Minaraad dat stalmest als energiebron kan worden gebruikt, en dat men eventueel de regelgeving daartoe zou moeten aanpassen  met een pro-rataprincipe, waarbij het digestaat slechts als stalmest beschouwd zou worden in de mate dat het ook effectief het resultaat is van vergisting van stalmest.  Minister Schauvliege stelt dan ook dat ze met de Europese commissie verder zal onderhandelen over het pro-rataprincipe bij het klasseren van het digestaat, als dat positief zou zijn voor de bodem-en waterkwaliteit. Dat zou een win-winsituatie zijn voor zowel het milieu als de landbouwer, stelt De Meyer.

 

Bijlage: vraag en antwoord.