Geschiedenis

CD&V is de partij van Vlaamse christendemocraten.  In 2001 veranderde de naam op het congres van Kortrijk: de CVP (Christelijke Volkspartij) werd CD&V.

De CVP zelf werd opgericht onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog.

1945-1950: In het teken van de koningskwestie
18 en 19 augustus 1945. Vooraanstaande politici van de vooroorlogse katholieke partij, vertegenwoordigers van de christelijke sociale organisaties en een grote groep geëngageerde jongeren stichten een nieuwe politieke partij: de Christelijke Volkspartij.
De nieuwe partij wil een echte volkspartij zijn. Zij streeft ernaar alle bevolkingsgroepen, Vlamingen en Walen, gelovigen en niet-gelovigen te verenigen. Zij werkt met het Kerstprogramma een vooruitstrevend en vernieuwend programma uit. Het enthousiasme is groot. Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in februari 1946 wordt de CVP de grootste politieke formatie van het land.  Toch kan ze door de blokvorming van de linkse partijen niet onmiddellijk aan het beleid deelnemen.  De andere partijen houden de partij in de oppositie.
Pas in maart 1947 treedt ze tot de regering toe. De uitdagingen tijdens de eerste naoorlogse jaren zijn levensgroot: de materiële heropbouw van het land, de repressie en epuratie, en uiteraard de koningskwestie.  Na vijf jaar van polarisatie over de terugkeer van Leopold III naar België ontmijnt Gaston Eyskens het dossier: Leopold III treedt af ten voordele van zijn zoon Boudewijn. Eyskens brengt daarmee stabiliteit in het land waardoor men zich kan concentreren op de noodzakelijke sociaal-economische heropbouw van België.


 

1950-1961: Van schoolstrijd naar schoolvrede
De naoorlogse jaren kennen een grote babyboom.  De politiek wordt gedwongen hierop te anticiperen want het onderwijs is onvoldoende voorbereid om de vele nieuwe jongeren op te vangen: er zijn onvoldoende scholen.  Maar de manier waarop de schoolexpansie wordt georganiseerd zorgt opnieuw voor een tweestrijd. De CVP verdedigt de vrije schoolkeuze. Ze maakt tijdens de homogene regeringen (1950-1954) een begin met de financiële ondersteuning van het vrij onderwijs dat in tegenstelling tot de rijksscholen verplicht was aan de ouders schoolgeld te vragen.  De regering met liberalen en socialisten (tussen 1954 en 1958) wil dit beleid ongedaan maken en hierdoor ontstaat een schoolstrijd.

Na jaren strubbelingen legt de regering na 1958 onder leiding van Gaston Eyskens met het schoolpact de basis voor een verzoening op onderwijsgebied. Andere belangrijke realisaties zijn de expansiewetten van 1959 en de onafhankelijkheidsverlening aan Kongo eind juni 1960. De onafhankelijkheid van Kongo zorgt voor minder inkomsten, de koolindustrie is verlieslatend maar ook de werkloosheid stijgt.  In 1960 wil Eyskens met de Eenheidswet een aantal sociaal-economische hervormingen doorvoeren. De Eenheidswet en het grote protest bezorgen de CVP een lagere verkiezingsscore in 1961.  Toch zijn de resultaten niet min en zorgt het in de jaren zestig voor een periode van sterke economische groei.


 
1961-1972: Het einde van de unitaire staat
De jaren zestig zijn op economisch vlak gouden jaren. De welvaartsontwikkeling is indrukwekkend: hoge economische groei, volledige tewerkstelling en massale verspreiding van consumptiegoederen. Door de economische hoogconjunctuur komen de communautaire problemen volop aan de oppervlakte. Ze laten ook de CVP niet onberoerd. Op het congres van Oostende in 1961 pleit de Vlaamse vleugel van de partij voor culturele autonomie. Twee jaar later verzet de Vlaamse vleugel zich tegen het regeringsvoorstel om 6 Vlaamse randgemeenten rond Brussel in een tweetalig arrondissement Brussel-Hoofdstad op te nemen.
Op het congres van Luik in 1965 bekomen Vlaamse en Franstalige christen-democraten een grotere autonomie. Ondertussen heeft de regering Lefèvre-Spaak (1961-65) de taalgrens vastgelegd, de Brusselse agglomeratie afgebakend en de zetelverdeling in het parlement aan de bevolkingsevolutie aangepast. Deze maatregelen brengen niet de verwachte pacificatie. De communautaire koorts stijgt nog wanneer in Vlaanderen de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvense universiteit naar Wallonië wordt geëist. De Vlaamse CVP-vleugel steunt deze eis. De kwestie-Leuven leidt niet alleen tot de val van de regering- Vanden Boeynants (1966-68), maar doet ook de unitaire CVP/PSC uit elkaar vallen. Inmiddels is het besef gegroeid dat alleen een grondige reorganisatie van de staat een oplossing kan bieden voor de communautaire problemen. In 1970 wordt onder leiding van Gaston Eyskens een grondwetsherziening doorgevoerd die de principes van het federalisme inschrijft en zo het einde inluidt van de unitaire staat.



1972-1979: Een nieuw elan

Eind van de jaren zestig neemt de naoorlogse generatie politici afscheid en treedt een nieuwe generatie aan in de Belgische politiek. Zo ook in de CVP. De stichters-bouwmeesters die na 1945 de partij hadden groot gemaakt, worden afgelost. Eén onder hen is Wilfried Martens, die als voorzitter de partijwerking grondig wil verbeteren en vernieuwen.  Martens had naam gemaakt in de Vlaamse Volksbeweging en zet zijn eerste stappen in de politiek via de jongerenbeweging van de CVP.  Samen met o.a. Jean-Luc Dehaene en Miet Smet vormen zij het zogenaamde wonderbureau met pleidooien voor meer Vlaamse autonomie en pluralistisch onderwijs.  Naast het dynamisme van Wilfried Martens als partijvoorzitter is het charisma van Leo Tindemans als eerste minister een andere belangrijke troef voor de CVP.
Tindemans verwerft op korte tijd een grote populariteit dank zij zijn integriteit en christelijke bewogenheid.
Met de tandem Tindemans-Martens gaat de partij van overwinning naar overwinning bij de verkiezingen in de jaren zeventig. Dit leidt tot grote naijver bij haar tegenstrevers die het spookbeeld van de ‘CVP-staat’ ophangen om de partij de wind uit de zeilen te nemen. Op regeringsvlak slorpt de uitvoering van de grondwetsherziening van 1970 veel tijd en energie op. Tegelijk worden de economische problemen groter. De economie groeit trager, de werkloosheid neemt toe en de levensduurte stijgt. Het soberheidsbeleid waartoe de CVP oproept, stuit echter op veel weerstand.  Intussen raakt de communautaire knoop niet ontward.  In 1978 valt de regering Tindemans over het Egmontpact en wordt de communautaire impasse nog groter.

 
1979-1982: De tweede belangrijke stap in de staatshervorming
Aan het eind van de jaren zeventig gaat de aandacht volledig naar de staatshervorming. Het grote knelpunt tussen de Vlaamse en de Franstalige partijen is de invulling van de gewestvorming. Op haar Heizel-congres in december 1979 opteert de CVP voor een staatsvorm met twee gemeenschappen en een hoofdstedelijk statuut voor Brussel dat beperkt moet blijven tot de 19 gemeenten en geen volwaardig gewest kan zijn. Enkele maanden later, in augustus 1980, wordt door de derde regering-Martens een nieuwe grondwetsherziening doorgevoerd.
De cultuurgemeenschappen worden vervangen door gemeenschappen die ook bevoegd worden voor persoonsgebonden aangelegenheden. De Vlaamse Gemeenschap krijgt samen met de Franse Gemeenschap een eigen regering of executieve. Met deze hervorming wordt een onomkeerbare stap gezet in de richting van een federale staat. De euforie erover is evenwel van korte duur wanneer blijkt dat de financiële en ecoomische toestand van het land bijzonder zorgwekkend is. Wilfried Martens stelt in maart 1981 een shocktherapie voor, maar wordt niet gevolgd. Mark Eyskens vervangt hem aan het hoofd van dezelfde regeringsploeg. Zijn regering gaat reeds na enkele maanden ten onder in het staaldossier waarvoor de Waalse socialisten absloute prioriteit eisen. Bij de daaropvolgende verkiezingen van november 1981 lijdt de CVP een zware nederlaag.


 
1982-1988: Een noodzakelijk herstelbeleid
Na de harde verkiezingsles van november 1981 wordt het roer binnen de CVP drastisch omgegooid. De interne samenhorigheid wordt versterkt en de acties van de partij en de ministers beter op elkaar afgestemd. Op regeringsvlak wil de CVP absolute prioriteit voor de sociale, economische en financiële problemen.
De regering Martens V (1981-85) neemt verscheidene maatregelen om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken, het begrotingstekort te verminderen en de werkgelegenheid te bevorderen. Daarnaast wordt ze ook geconfronteerd met het in zware nood verkerende Waalse staalbedrijf Cockerill-Sambre. De CVP eist en bekomt de regionalisering van de zogenaamde nationale sectoren waaronder staal. De plaatsing van Amerikaanse kernraketten op Belgisch grondgebied zorgt eveneens voor de nodige beroering. De meningen hierover zijn verdeeld, ook in de CVP.
Wanneer de regering in maart 1985 het plaatsingsbesluit neemt, krijgt zij niettemin de steun van de partij. Niettegenstaande het onpopulaire herstelbeleid komt de CVP versterkt uit de verkiezingen van oktober 1985. De nieuwe regering-Martens VI die na de verkiezingen tot stand komt, wil het gevoerde sociaal-economisch beleid voortzetten. De Voeren-kwestie legt evenwel een hypotheek op het regeringswerk en leidt in oktober 1987 tot de val van de regering.


 
1988-1993: Het dak op het federale huis
Na de minder goede score bij de parlementsverkiezingen van december 1987 behaalt de CVP bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 en de Europese verkiezingen van juni 1989 een goed resultaat.
Daarna breekt een moeilijke periode aan die begint met de abortuskwestie. De CVP vecht voor haar overtuiging, maar kan de goedkeuring van de abortuswet in maart 1990 niet verhinderen. Ondertussen heeft de regering-Martens VIII wel de eerste fase en de tweede fase van een nieuwe staatshervorming uitgevoerd. Hierdoor hebben de gemeenschappen en gewesten nieuwe bevoegdheden gekregen en is ook een financieringsstelsel en het statuut van Brussel vastgelegd. Verder geraakt de regering niet. Begin oktober 1991 valt zij na een bijzonder hevige communautaire confrontatie over de uitvoer van wapens naar het Midden-Oosten. Bij de daaropvolgende parlementsverkiezingen in november lijden de regeringspartijen een zware nederlaag.
Na ‘Zwarte Zondag’ volgen bijzonder lange onderhandelingen. Alleen Jean-Luc Dehaene is in staat een nieuwe regering te vormen, maar die beschikt niet over een tweederde meerderheid. Dankzij het onderhandelingstalent van Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy wordt eind september 1992 een globaal communautair akkoord bereikt. Met het Sint-Michielsakkoord wordt ‘het dak op het federale huis’ geplaatst: de instellingen van de gemeenschappen en gewesten zullen voortaan rechtstreeks worden verkozen.


 
1993-1995: Vlaanderen groeit
Na het Heizelcongres ‘Politiek dicht bij de mensen’ van juni 1993 gaat de CVP verder met haar vernieuwing. Onder impuls van Johan Van Hecke, die in september 1993 de leiding van de partij in handen neemt, worden nieuwkomers uit de culturele sector, de ondernemerswereld en de groene beweging aangetrokken.
Een jaar na zijn aantreden zet de nieuwe CVP-voorzitter in "De slogans voorbij zijn visie" op de politieke vernieuwing uiteen. Hij reikt daarbij de hand naar alle positieve krachten in de samenleving, naar mensen die blijven geloven in positief engagement op basis van christelijke waarden en die via overleg en dialoog willen werken aan een betere wereld. De Europese verkiezingen van juni '94 zijn de eerste test voor de vernieuwing. Niettegenstaande de pessimistische opiniepeilingen blijft de CVP bij die verkiezingen veruit de grootste partij in Vlaanderen. Ook bij de gemeente- en provincieraadsverkiezingen enkele maanden later doet zij het goed. Ondertussen is in het parlement het Sint-Michielsakkoord goedgekeurd. Daarbij is het tweekamerstelsel grondig gewijzigd, hebben de gemeenschappen en gewesten nieuwe bevoegdheden gekregen en worden hun raden voortaan rechtstreeks verkozen. De verkiezingen van 21 mei '95 zijn de eerste voor het nieuwe federale parlement en de eerste rechtstreekse verkiezingen van de Vlaamse Raad. De CVP houdt stand bij deze verkiezingen en heeft met Jean-Luc Dehaene en Luc Van den Brande de leiding van de federale en de Vlaamse regering. Samen met de andere CVP-ministers gaan zij de uitdagingen van vandaag en morgen aan.


 
1995-1999: Nieuwe uitdagingen, nieuwe antwoorden
Wanneer Johan Van Hecke om persoonlijke redenen als partijvoorzitter ontslag neemt, wordt hij op 6 juni 1996 vervangen door ondervoorzitter Marc Van Peel. Deze zet als dienstdoend voorzitter de vernieuwingsbeweging verder en wordt hierin bevestigd door zijn verkiezing tot algemeen CVP-voorzitter op 30 november 1996.
Eerste minister Jean-Luc Dehaene neemt als ervaren gids het economisch en Europees beleid van ons land ter harte en leidt daarmee België binnen in de Europese Monetaire Unie. Deze krachttoer maakt dat de regering Dehaene aan de burger een stevig sociaal-economisch resultaat kan voorleggen. De overheidsfinanciën worden grondig gesaneerd, de bedrijfswereld krijgt een eerste aanzet van lastenverlaging op arbeid voorgelegd en de tewerkstelling groeit opnieuw aan.
Als antwoord op de Witte Mars van 1996 legt de federale regering de basis voor een eigentijdse politie- en justitiehervorming. Deze hervorming komt in een stroomversnelling terecht na de mislukte ontsnappingspoging van Marc Dutroux. Het hieruitvolgend ontslag van Stefaan De Clerck als minister van Justitie weerhoudt de regering niet het begonnen werk af te maken. Jean-Luc Dehaene neemt opnieuw het roer stevig in handen en weet samen met de nieuwe justitieminister Tony Van Parys in overleg met de oppositie het Octopusakkoord af te sluiten. Dit akkoord wordt nog voor de verkiezingen van '99 in basiswetgeving omgezet.
Met Minister-president Luc Van Den Brande kan de Vlaamse regering op basis van de Euromeesternorm de begroting een jaar eerder dan verwacht in evenwicht stellen. Bovendien blijkt het dramatische sluiten van Renault-Vilvoorde naderhand een succesvolle test voor de sociaal-economische draagkracht van het Vlaamse Belfortmodel. Netto komen er dat jaar 30.000 nieuwe banen bij. Daarnaast werkt de regering Van Den Brande de ongelijkheid tussen het vrije en het gemeenschapsonderwijs verder weg.


 
1999-2004: Van CVP naar CD&V
In mei 1999 breekt in België de dioxinecrisis uit. De verkiezingen van 13 juni 1999 zijn dan ook voor alle regeringspartijen een electorale afstraffing. Boegbeeld Jean-Luc Dehaene neemt het verlies op zich en zet een stap achteruit. De partij wil zich herbronnen en wordt naar de oppositie verwezen. Voor het eerst in veertig jaar neemt de CVP zowel op het federale beleidsniveau als op het Vlaamse beleidsniveau niet deel aan de regering. Enkel in het hoofdstedelijk gewest Brussel waar de CVP de sterkste Vlaamse partij blijft, neemt Minister Jos Chabert voor de CVP deel aan het bestuur.
Na de aanvankelijke schok groeit binnen de partij een wil tot herbronning. Op 9 oktober 1999 wordt Stefaan De Clerck verkozen tot algemeen CVP-voorzitter. Hij is vastbesloten de handschoen op te nemen en formuleert drie objectieven: de partij organisatorisch hervormen, de oppositierol een positieve invulling geven en de gemeente- en provincieraadsverkiezingen degelijk voorbereiden. Hij noemt zijn project 'De hartslag van de CVP' en geeft de partij een nieuwe dynamiek op basis van volgende krachtlijnen:
• De CVP wil dat Vlaanderen wereld-klasse is.
• De CVP wil de welvaartstaat verrijken tot een staat van welzijn. Het surplus van de menselijke persoon staat centraal met een keuze voor meer kwaliteit in het samenleven. En dit te beginnen in de familie.
De fractieleiders Eric Van Rompuy, Yves Leterme en Hugo Vandenberghe geven aan de partij een nieuwe en geloofwaardige oppositierol. Met herwonnen geloof en zelfvertrouwen bouwt de CVP elke dag opnieuw aan haar hedendaags christendemocratisch project.
De gemeenteraadsverkiezingen van 2000 luiden het keerpunt in: de CVP voert een sterke campagne rond het thema "midden de mensen" en haalt 32 % van de stemmen. Dit is het startschot van een vernieuwingsoperatie waaraan hard wordt gewerkt.
Die komt er in 2001. De CVP beseft dat ze dringend iets aan haar imago moet doen. Ze is sinds haar oprichting een beleidspartij geweest, en daardoor is haar profiel verbleekt. Voorzitter Stefaan De Clerck beseft dit en zet een hele vernieuwingsoperatie op poten.
Deze resulteert op 28 en 29 september in een groots opgezet vernieuwingscongres in Kortrijk. De partij neemt een nieuwe start en gaat voortaan als CD&V door het leven. Daarmee zegt ze duidelijk wat ze is: christen-democratisch en Vlaams. CD&V is een ideeënpartij waarin de “mens” centraal staat, en de inhoud het haalt van de vorm.
In 2003 trekt de partij ten strijde tegen de paars-groene regering. Met het project “Voor mensen en waarden” plaatst ze zich pal tegenover het overdreven individualisme van paars-groen. Bij de verkiezingen van 18 juni haalt de partij helaas niet het verhoopte resultaat. De verkiezingen kwamen nog te vroeg en CD&V verliest 1 procent en 2 kamerzetels.


 
2004-2007: Heropleving van de Christendemocratie
Yves Leterme neemt de fakkel over en de partij begint aan een remonte. Dankzij een herkenbare boodschap – “u verdient meer respect” – en een geslaagd kartel met de N-VA profileert de partij zich als het positief alternatief. Met succes: CD&V/N-VA wint de verkiezingen, de paars-groene partijen worden afgestraft.
Na 5 jaar oppositie neemt de partij opnieuw de leiding in de Vlaamse politiek. Een nieuwe situatie, want federaal wordt de oppositie aanvankelijk verder gezet. Yves Leterme houdt zijn eerste regering boven de doopvont en wordt geflankeerd door de jonge Inge Vervotte en door gewezen UNIZO-topman Kris Peeters. “Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen” wordt het devies van deze no-nonsense ploeg.
Eind 2004 toont CD&V dat de vernieuwing ook intern een succes is: voor het eerst komt er een open voorzittersverkiezing, waarbij alle leden kunnen kiezen uit drie sterke kandidaten. Na een boeiende en faire kiesstrijd – geprezen door vriend en tegenstander – duiden de leden Jo Vandeurzen aan als hun nieuwe voorzitter.
In 2007 boekt het kartel CD&V/N-VA ook bij de federale verkiezingen een klinkende overwinning. Met bijna 30% van de stemmen in Vlaanderen is het kartel afgetekend de politieke leider. Het Franstalige “non” tegen elke staatshervorming veroorzaakt echter een lang aanslepende regeringsformatie. Via een overgangsregering kan in het voorjaar van 2008 eindelijk de regering Leterme van start gaan. Kris Peeters nam al eerder de leiding van de Vlaamse regering over.
De communautaire tegenstellingen blijven echter als een zwaard van Damocles boven de federale coalitie hangen. Het uitblijven van een staatshervorming leidt uiteindelijk in 2008 tot het einde van het kartel tussen CD&V en N-VA.


 

2008-heden: Op eigen kracht
Wanneer wereldwijd een financiële crisis losbarst, beslist CD&V het land niet naar een totale blokkering te leiden maar verder te besturen. België zit met enkele grootbanken (Fortis, Dexia, KBC) in het oog van een wereldwijde financiële crisis en verschillende banken worden maar van de ondergang gered door tussenkomsten van de regering.  Yves Leterme loodst het land door de grootste naoorlogse financiële crisis.  Maar wanneer hij samen met Jo Vandeurzen persoonlijk onder vuur komt te liggen rond vermeende inbreuken op de scheiding der machten, nemen ze beiden hun verantwoordelijkheid en stappen ze uit de regering. Herman Van Rompuy wordt premier en zet het beleid verder. Achteraf blijkt dat Leterme en Vandeurzen niets te verwijten viel. Beiden maken na de regionale en Europese verkiezingen van 2009 hun rentree op het politieke toneel.
Marianne Thyssen leidt CD&V doorheen de Vlaamse en Europese verkiezingen, die opnieuw door CD&V worden gewonnen. Boegbeeld Kris Peeters vraagt en krijgt een sterk mandaat om een nieuwe Vlaamse regering te vormen. Tegelijk brengt Herman Van Rompuy de “rustige vastheid” terug op het federale niveau. In economisch onzekere tijden is het vertrouwen in de christendemocratische leiders duidelijk groot.
De capaciteiten van Herman Van Rompuy vallen ook Europa op. De Europese regeringsleiders vragen hem unaniem om, na de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag van Lissabon, de eerste president van Europa te worden. Yves Leterme die bij de regionale verkiezingen een sterke electorale prestatie neerzet en intussen ook gezuiverd is van alle blaam in de vermeende inbreuken op de scheiding der machten, komt zo opnieuw in de ‘16’.
Jean-Luc Dehaene probeerde intussen de BHV-knoop te ontwarren.  De Vlaamse partijen willen een splitsing maar stoten op een njet van de Franstalige partijen.  Open VLD torpedeert de werkzaamheden van Dehaene, laat de regering vallen en forceert op die manier vervroegde verkiezingen.  De verkiezingsuitslag wordt hierdoor uiteraard sterk communautair gekleurd en België kent de langste periode van lopende zaken ooit.  Yves Leterme loodst het land gedurende 18 maanden in lopende zaken doorheen deze moeilijke periode. 

Wouter Beke had intussen de voorzittershamer overgenomen van Marianne Thyssen.  Hij stelt als voorwaarde voor regeringsonderhandelingen dat er eerst een akkoord over BHV en een zesde staatshervorming wordt gesloten.  Als Koninklijk Onderhandelaar maakt hij het werk van Jean-Luc Dehaene af en zet hij het kader voor een communautair akkoord op papier.  In september 2011 sluit Beke een akkoord over BHV en in oktober over een nieuwe staatshervorming met een bevoegdheidsoverdracht van 20 miljard euro naar de deelstaten.

In 2012 zijn er opnieuw lokale verkiezingen.  Hoewel bij voorbaat afgeschreven handhaaft CD&V haar leidende rol in de gemeenten en blijft zij met 28 % de grootste partij in Vlaanderen. Toch weerhoudt dat de partij er niet van om te blijven streven naar vernieuwing. In 2013 vindt dan ook het Innestocongres plaats, dat het resultaat is van een lang dialoogtraject waarbij zowel gekozen is voor de klassieke interne inspraak als voor een niet-klassiek extern traject.

Intussen wordt in het parlement de splitsing van BHV gestemd.  In 2014 wordt ook het tweede luik van de zesde staatshervorming goedgekeurd. Dit impliceert een nieuwe financieringswet die gewesten meer eigen verantwoordelijkheid geeft, de mogelijkheid om eigen belastingen te heffen en die bovendien solidariteit transparanter maakt. Daarenboven worden ook belangrijke bevoegdheden overgeheveld naar de verschillende deelstaten, zoals de kinderbijslag en ouderenzorg.

Later dat jaar trekt CD&V naar de verkiezingen met twee duidelijke boodschappen: “Een sterker Vlaanderen in een sterker land”, waarmee de partij wil benadrukken dat het belang van Vlaanderen én het belang van ons land centraal staan, en “Economische groei met sociale vooruitgang”, waarmee ze wil aangeven dat er ruimte moet zijn om de economie te laten herleven, zonder daarbij de sociale zekerheid in het gedrang te brengen.

Tijdens de samenvallende verkiezingen van 2014 boekt CD&V behoorlijke resultaten: ze heeft zich in Vlaanderen kunnen handhaven, ze wint een zetel voor de Kamerverkiezingen maar ze betaalt wel een prijs voor het verlies van de Belgische zetel in het Europees Parlement.

De partij trekt in de onderhandelingen de lijn van de campagne door: de komende regeringen (Vlaams en federaal) moeten de zesde staatshervorming correct uitvoeren en zich focussen op een sterk sociaal-economisch beleid.  De focus wordt gelegd op het veiligstellen van de welvaart door middel van ingrijpende sociaal-economische maatregelen. Kris Peeters is eerst coformateur voor de Vlaamse regering en wordt nadien samen met Charles Michel aangesteld als coformateur voor de vorming van een federale regering.  Hij wordt nadien eerste vicepremier in de regering Michel.

Ondertussen neemt Herman Van Rompuy na 2 ambtstermijnen ontslag als permanent voorzitter van de Europese Raad.  Hij gaf de nieuwe functie niet alleen uitstraling maar vooral ook inhoud en belang. In de periode 2013 – 2014 verliezen de Vlaamse christendemocraten 3 grote staatsmannen: Wilfried Martens (09-10-2013), Jean-Luc Dehaene (15-05-2014) en Leo Tindemans (26-12-2014).  Hun erfenis is groot.  De partij weet ze naar waarde te schatten en zal even gedreven als zij haar verantwoordelijkheid voor het land en hun Europese missie verderzetten.

Voor CD&V ontstaat op het regeringsvlak een nieuwe situatie: voor het eerst in haar geschiedenis treedt de partij toe tot regeringen die ze niet zelf leidt.    Dit betekent niet dat de Vlaamse christendemocraten niet langer aan de kar van grote hervormingen trekken. In Vlaanderen wordt gezocht naar een nieuwe evenwicht in de spanning tussen landbouw, groen en ruimtelijke ordening (omgeving); het onderwijs wordt grondig hervormd en er wordt een Vlaamse sociale zekerheid uitgewerkt (Vlaamse Sociale Bescherming).  Federaal brengen de christendemocraten met een nieuw justitieplan vrouw Justitia van de 19 naar de 21ste eeuw, steunt CD&V een belangrijke hervorming in de pensioenen en werkt ze aan meer werkbaar werk.  Voor het eerst in de geschiedenis wordt een belangrijke stap gezet om de lasten op arbeid drastisch te verlagen d.m.v. een belastingsverschuiving.

Dit alles altijd in overleg met het middenveld.  Dat was ooit een vanzelfsprekendheid, maar wordt in deze periode datgene wat de Vlaamse christendemocraten van de andere partijen onderscheidt.

Eind 2014 kan CD&V, na meer dan 30 jaar, opnieuw een topper afvaardigen naar de Europese Commissie.  Marianne Thyssen wordt Europees commissaris in de Commissie Juncker, waar zij meewerkt aan het uitwerken van een sociaal Europa.